January 14, 2010

The future: van Efficology naar True Ecology




Een eerste concrete stap naar ecologie ligt in het efficiënter gebruiken van de middelen. Als u met uw wagen -een symbool van CO2-uitstoot- dubbel zo ver kan rijden voor hetzelfde volume brandstof, dan bent u ecologischer. Het is een essentiële fase van ‘efficoloy’ die ons eerst en vooral tijd koopt om na te denken over ware toekomstecologie. Het is een sprookje te veronderstellen dat de hele wereld zich in korte tijd kan converteren tot een waar ecologisch gebeuren; de verandering zou de bruusk zijn en net na de start al blokkeren. Efficology daarentegen stelt ons in staat om stilaan te evolueren naar echte ecologie en de fase van efficology zelf heeft nog een lange weg af te leggen. De mogelijkheden en het potentieel om efficiënter om te gaan met energiebronnen en grondstoffen zijn nog enorm.
Maar de toekomst van het ware ecologisch denken ligt voorbij efficology en ligt evenmin in een vermindering van onze consumptie. Het zit niet in de aard van de mens om te consuminderen -nog zo’n hip woord zonder inhoud-. Mensen houden van welvaart en in zekere zin ook van overdaad; overdaad is de beste bescherming tegen tekort en het ligt nu eenmaal in onze natuur om liever te veel goede dingen te hebben dan te weinig.
Neen, de toekomst ligt nog een eind van ons af; cradle-to-cradle ecologie, alle energie uit hernieuwbare bronnen, recyclage van grondstoffen op een verantwoorde manier. De fase van fakology niet te na gesproken zijn econology, ecolreligion en efficology fundemantele stappen in het lange proces van de mensheid naar ecobewustzijn. Het is onmogelijk om plots een globale jump te verwachten waarbij auto’s milieuneutraal zijn en vliegtuigen niet alleen in de lucht maar ook op lucht vliegen.
Zo is een perpetuum mobile tot nader order onmogelijk aangezien elke beweging energie ‘consumeert’. Er is bijgevolg altijd ‘verlies’ in volkstermen. We kunnen ons dan ook niet inbeelden dat de aanwezigheid van 6.800.000.000 mensen op de vaste grond van de wereld (vaste grond maakt nog geen 30% uit van de aardoppervlakte) geen invloed zal hebben op de totale ecologie. Alleen al door de ruimte die we met z’n allen innemen.
De toekomst van ecologie en het groene denken ligt niet alleen in de toenemende energienormen, quick & dirty ecotaksen of zelfs passiefhuizen. Elk zichzelf respecterend ingenieur weet maar al te goed dat een passiefhuis geen enkele garantie biedt op minder energieverbruik. Omdat energieverbruik een menselijk gegeven is. Een passiefhuis waar vlijtig met drinkwater geknoeid wordt, is even fake als de huidige hybride wagens. Een passiefhuis waarvan de eigenaar als nog de verkeerde energiebronnen gebruikt zoals een oude houtkachel evenzeer. Om nog maar te zwijgen van het aloude vuurtje stoken in de tuin om het biosnoeihout snel te laten verdwijnen. Evenzeer een doodsteek voor de natuur.
Kortom, de toekomst van ecodenken ligt ook in ecogedrag. En ons gedrag zal niet fundamenteel veranderen. We zijn een homo mobilis en zullen ons blijven verplaatsen. We zijn omnivoren en zullen vlees blijven eten. We zijn mensen en hebben nood aan zekerheid en veiligheid -dus overvloed- en aan een dak en warmte, reizen en de wereld zien. Ware ecologie ligt nog ver voor ons, maar we werken er aan. Maar net zoals Mozes 40 jaar door de woestijn ronddoolde zodat er een generatie (volgens de verhaaltjes een slechte generatie in God’s ogen) kon verdwijnen met het verkeerde gedrag, zal ware ecologie ook nog verschillende decennia nodig hebben om een echt ecogedrag aan te kweken. Maar alle hoop op ecogedrag stellen, is utopisch. We moeten mensen de middelen geven om hun leven te leiden zoals ze willen, maar op een ecologisch manier. Leven zonder elektriciteit is bijvoorbeeld ondenkbaar, dus 100% groene stroom is de toekomst, niet alleen maar klanten aanzetten tot energiezuinig gedrag. Zou het fout zijn om volop energie te verbruiken als ze 100% groen was?
7 Miljard monden voeden -al heeft de ene mond al meer toegang tot voedsel dan de andere- is geen evidentie. Ook al staan we daar niet altijd bij stil. Want ondanks de nabije ecotoekomst die vooral onze economie en consumptiemanier zal wijzigen, weten we ook dat ecologie over enkele decennia een andere, zo niet nog veel moeilijkere discussie zal initiëren. Want net zoals overvloed een fundamenteel natuurlijke drang is, wil de mensheid zich ook voortplanten en voorgepland zien in klein- en achterkleinkinderen. De UN heeft verschillende inschattingen betreffende de toekomst van de wereldbevolking. In de laagste inschatting zal de wereldbevolking beginnen af te nemen over een 20-tal jaar. Maar in haar hoogste inschatting blijft de bevolking groeien.


Of we nu vlees of groenten eten, op een bepaald moment kan moeder aarde niet meer volgen. Mensen zijn intelligente wezens en kunnen zoiets zien aankomen. Zolang het bepaalde delen van China zijn, is het ver ons bed, maar de vraag is of de mens er dan ook klaar voor zal zijn om wereldwijd te raken aan de meest fundamentele strategie van het leven: voortplanting. Louter ten voordele van de ecologie...


          1. FloP Ecology


00’s --- F-ecology: fancy & fake






Het voorbije jaar breekt ecologie pas echt door. Sinds verschillende jaren slagen meer en meer merken er in om ecoproducten op de markt te brengen die onderscheidend genoeg zijn om de gebruiker de mogelijkheid te geven om zich een identiteit aan te meten. Met andere woorden, ecoproducten die duidelijk herkenbaar zijn als ecologisch worden gemakkelijker gebruikt omdat hun onderscheidende morfologie de gebruiker in staat stelt een statement te maken. Kwatongen durven al eens beweren dat de Toyota Prius enerzijds onderscheidend is in design zodat de eigenaars zich kunnen ‘outen’ als milieubewust maar dat het design anderzijds ook zo lelijk is om er voor te zorgen dat het model niet te veel succes zou hebben. Feit is dat de drijvende kracht achter ecologie nog altijd een sterke -zij het onderhuidse- tegenkracht kent.
Ecologie is de hype voorbij en is meer dan een trend. Het is big business geworden. Alles en iedereen is ‘green’ of ‘supergreen’. McDonalds kleurt het logo groen en soyafabrikanten zien eindelijk een manier om van hun vegetarisch brandmerk af te geraken; vlees en vleesproductie blijken veel vervuilender.Voertuigen met lage motorisaties en dus minder uitstoot krijgen zonder iets te moeten doen een steun in de rug vanwege de overheid. Die heeft kleine autootjes gepromoveerd tot ecovriendelijk en geeft korting bij de volgende aankoop. Green pans vervangen Tefal en goederen die samengesteld zijn uit gerecycleerd materiaal lijken de toekomst te zijn.
Een enkeling heeft begrepen dat de huidige eco-aanpak een pleister op een houten been is en bijna volledig fake. De laatste trend is de ecokerstboom, samengesteld uit groene petflessen. Of wat dacht u de hybride voertuigen. Beide ecologische oplossingen verplaatsen veeleer het probleem van vervuiling dan het op te lossen. De hybride auto rijdt dan wel op elekticiteit, maar zolang die niet uit hernieuwbare bronnen voortkomt, is uw hybride bolide niet noodzakelijk beter. U hebt dan wel minder brandstof gebruikt, uw energieleverancier zit nu met de vervuiling. De niet-recycleerbare PET-fles doet hetzelfde. Door er een kerstboom van te maken blijven de PET-flessen een niet-recycleerbare verpakking in omloop. U zorgt er alleen maar voor dat de fles iets later in het proces de stempel van ‘vervuiler’ krijgt. 
 
Meubeldesign met plastic flessen.
Ecologische oplossing of vervuilingsvertraging?



90’s --- Ecoreligion



Om de mensheid te bekeren tot ecogedrag begonnen overheden om meer overtuigende argumenten te gebruiken dan enkel te sensibiliseren. Het beste argument bleek al snel de portefeuille te zijn. Wie zoet is, krijgt een lagere factuur, wie stout is, betaalt. Het zwerfvuil, waar de overheden al tientallen jaren tegen vocht via inefficiënte sensibilseringscampagnes, begon te verminderen dankzij gescheiden afvalophaling. Of liever, verplichte gescheiden afvalophaling; hoe meer u recycleert, hoe lager uw huisvuilfactuur, ongeacht het systeem dat uw lokale overheid gebruikt. 
In Nederland is de gescheiden ophaling en verwerking van GFT-afval sinds 1994 verplicht voor de gemeenten en in 1998 startte Brussel met gecheiden ophaling. 
Het principe kende meer en meer ingang en overheden zagen ecologie als een bron van inkomsten. Die gedachte is niet onterecht aangezien ‘volwassenen’ volgens het integratieve model eerst een gedrag moeten ‘opgelegd’ krijgen (en ondertussen permanent uitgelegd worden waarom het verplichte gedrag een beter gedrag is) vooraleer ze datzelfde gedrag uit vrije wil opnemen. Smogalarm (waarbij de maximum rijsnelheid aanzienlijk daalt) werd dus vooral een boete-alarm. Los van de discussie of zo’n smogalarm nu feitelijk werkt of niet om het fijne stof lokaal te doen dalen op korte termijn, het staat vast dat automobilisten de zware voet verlichtten vanwege de vergrote kans op snelheidsboetes. De Belg mag binnenkort ‘anders’ gaan betalen voor zijn bedrijfswagen. Na de fiscale PK’s moet hij betalen op de uitstoot van de uitlaat. 
Kortom, in de periode van ecoreligion heiligt ecologie alle middelen, vooral de financiële.


80’s --- Ecolomy





Het aantal eco-aanhangers groeide aan en de groene beweging bereikte een kritische massa. Midden de jaren ’80 wordt het gat in de ozonlaag ontdekt en CFC’s (CFK’s in het Nederlands ofte ChloorFluorKoolstofverbindingen) worden verbannen. 
Een reeks mediagenieke milieurampen versnellen het bewustwordingsproces maar de mensheid lijkt meer bezig met het opruimen van de rotzooi dan met vooruit te denken. Iedereen had iets van ‘luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden’. De auto- en energiesectoren investeerden zo goed als niet in hun zoektocht naar alternatieve mogelijkheden. 
Het oliekartel viert hoogtij. Als reactie op de internationale steun die Israel kreeg in de Jom Kipoeroorlog verhoogden de Arabische landen de olieprijs met maar liefst 70% en werd de productie maandelijks verminderd met 5%.  Het zwart goud lijkt op dat moment ook de grootste bedreiging voor het milieu. Tussen ’78 en ’88 zorgden 14 gekende rampen er voor dat ongeveer 2.000.000.000 kg (inderdaad, 2 miljard!) ruwe olie in de zeeën terecht kwam. 
Ecologie betekende olievlekken indijken, drab scheppen op de stranden en watervogels proberen te redden met een dikke oliejas. Maar de economie houdt de sterkste hand. En die drijft nu eenmaal op olie. 

December 17, 2009

Eco-geschiedenis

Kopenhagen is bijna voorbij en ondanks de zware persaandacht, de sterk aanwezige drukkingsgroepen en de aanwezigheid van de nobelprijswinnaar voor de vrede Barack Obama blijken de voorspellingen uit te komen: Kopenhagen 2009 was een bijeenkomst van de hoop maar niet van de resultaten.

Ecologie is geen eenvoudige kwestie want los van de financiële onderhandelingen waartoe de huidige onderhandelingen zijn verworden, is de groene toekomst een gedragsaangelegenheid van ons allemaal. Tijd om een analytisch overzicht te geven van de ecogeschiedenis en een blik te werpen op de toekomst van de ware ecologie. Ik heb de ecologie in schijfjes gehakt en serveer ze u met tussenpozen:

  • 6. FloP-ecology

  • 5. Ecorebels

  • 4. Eco(no)logy

  • 3. Eco-rules

  • 2. F-ecology

  • 1. True Ecology

Binnenkort krijgt u een visie op de FloP-ecology van de sixties...

November 24, 2009

Andere merken volgen voorbeeld McDonald's

McDonald's kleurt groen als statement voor haar eco-inspanningen. Andere merken merken hoe eenvoudig zo'n statement kan zijn en willen het voorbeeld volgen...







 De term 'green marketing' zal nooit meer dezelfde zijn...















 



Klantgerichtheid in 10 stappen - een casestudy


Customer centricity, customer focus, customer oriented...
Klantgerichtheid heeft wel een paar namen. In de feiten blijkt dat van zodra er een naam voor bestaat, sommige bedrijven er van overtuigd zijn dat de problematiek afgedekt is. Ik kan dan ook niet nalaten een voorbeeld ‘uit het leven gegrepen’ met u te delen.

Een tweetal weken terug zie ik de postbode langskomen. Of zijn vervangster tenminste. Ik sta achter het raam en wanneer ze me ziet, knikt ze. Wanneer ik even later de bus open, zie ik dat er een aangetekend schrijven bij zit. Vreemd dat ze dat niet heeft aangeboden aangezien ze me gezien heeft. Customer centricity n°1.
Het betreft een aangetekend schrijven op naam van het bedrijf. Dat betekent dat de postbode zoiets alleen maar mag overhandigen wanneer ik in het bezit ben een volmachtkaart (15 euro per jaar) of ik moet met de statuten -waarin ik vermeld sta- het schrijven gaan afhalen in het postkantoor.
Nu, het postkantoor is open van 9 tot 17 uur. Laat dat nu toevallig ook de uren zijn waarop de meeste bedrijven -en ikzelf ook- professioneel het actiefst zijn. Geen nood, ik bel even het postkantoor om een oplossing te zoeken. Moet u weten dat de postkantoren niet meer rechtstreeks te bereiken zijn. Customer centricity n°2.
Het enige wat de ‘ centrale klantendienst’ kan doen is meedelen dat het stuk kan doorgestuurd worden naar een ander adres via het kaartje van de aangetekende zending. Customer centricity n°3.
Goed, ik laat het dingetje doorsturen naar een collega. Ook daar wordt het dingetje niet aangeboden maar krijgen we gewoon een briefje in de bus gestoken. Customer centricity n°4.
Collega moet op reis vertrekken, dus de boel maar weer doorsturen naar mij. Met de gewone post natuurlijk. Ondertussen zijn verschillende dagen verlopen en eer ik in het postkantoor geraak, is de zending weer vertrokken. Althans, daar gaat de lokerbediende van uit en ze vindt het de moeite niet om het te controleren want achter me staan nog nul (0) klanten. Ze weigert me zelfs nog maar het gevoel te geven dat ze moeite doet. Customer centricity n°5.
Ik leg ‘mijn geval’ kort uit en vraag wat ik dan in de toekomst kan doen. ‘Even bellen’ is het laconieke antwoord en wanneer ik de loketbediende vraag of ze zelf al eens haar eigen klantendienst gebeld heb, kan ze een meewarige glimlach niet onderdrukken. Zou ze zelf ook weten dat ik telekns eerst naar een promoboodschap moet luisteren eer ik verdergehopen wordt? Customer centricity n°6.
‘Het beste is dat u dan gewoon een mailtje stuurt de volgende keer’, informeert ze me terwijl ze haar sérieux terugvindt. Dat lijkt me wel een goed idee, zodat ik thuisgekomen naar de site van de Post surf om inderdaad een mailtje te sturen met de vraag waarom de vervangster van de postbode het aangetekende schrijven niet heeft aangeboden en wat er nu moet gebeuren. Op de site blijkt dat ik de Custome Service van de Post alleen per post of telefoon kan bereiken. Customer centricity n°7.
Naast een aantal antwoorden op ‘veelgestelde vragen’ (waar mijn vraag natuurlijk niet tussenzit; ik stel zo ook niet zo veel - Customer centricity n°8) kan ik ook problemen signaleren waarbij ik voldoende gegevens kan meedelen om de Post in staat te stellen de ‘schuldige’ te vinden. Dat lijkt me zelf niet zo’n goed idee omdat ik niemand persoonlijk wil aanvallen. Integendeel. Ik wil als argeloze klant dat de Post wat redelijker en meer open wordt. Kortom, bij het verlaten van de site van de Post kan ik alleen maar hetzelfde doen als bij het verlaten van het postkantoor: eens goed gelachen. 
Dan toch nog maar eens naar de klantendienst bellen. Daar krijg ik een vriendelijke dame aan de lijn die me wil doorschakelen met het postkantoor. 'Niet nodig', zeg ik haar, 'ik kom net van daar'. Ze kan niet meer doen dan dat, beweert ze, maar na kort en vriendelijk aandringen wil ze me verder helpen om op te zoeken waar mijn aangetekend schrijven zich bevindt of wie de afzender is. De afzender kan ze me niet meedelen maar ze kan me wel het preciese uur geven waarop het stuk werd 'uitgeschreven' in het postkantoor: Maar liefst 20 minuten nadat ik het postkantoor verlaten heb. Kortom, het aangetekende schrijven was inderdaad nog in het postkantoor. Customer centricity n°9.
De dame aan de lijn me niet meer helpen dan te zeggen dat ze dat ook wel redelijk schandalig vindt. Op mijn vraag of er naast de klantendienst ook een klachtendienst is, kan ze me alleen een mailadres meegeven: klantendienst@post.be. Of was het nu klachtendienst@post.be? Ik besluit dan maar om deze tekst met een simpele copy-paste door te sturen naar dat adres.
Customer centricity n°10.
En nu maar hopen dat het geen te belangrijk stuk was, dat aangetekend schrijven.
Ik hou u op de hoogte. Maar dat kan even duren aangezien de Post zichzelf tot 30 geeft om mijn vraag te beantwoorden...